Prentenboeken in Papiamentu: een feest van herkenning

Een prentenboek vertalen lijkt eenvoudig: je zet de ene taal om in de andere. Maar hoe zorg je ervoor dat een kind zich écht herkent in een verhaal? Voor de nieuwe Papiamentu-prentenboeken – gerealiseerd in het project Leesbevordering in meertalige gezinnen – dachten leden van de klankbordgroep mee over taal, cultuur en geschiedenis. Waarom is de keuze voor opa beter dan de officiële vertaling tawela? Waarom mocht het verhaal van Tula in de nieuwe prentenboekencollectie niet ontbreken? En wat gebeurt er als een kind voor het eerst een verhaal in zijn eigen taal hoort? Jakeema, Myrthe en Margriet vertellen hoe juist die keuzes het verschil maken.

Waarom vertalen nodig was

Zoals het eerdere artikel over dit project al aangaf: voorlezen stimuleert de taalontwikkeling van jonge kinderen het beste. Juist voorlezen in de thuistaal, de taal van het hart, levert veel extra’s op. Ouders op Bonaire willen dat met alle liefde doen, vertelt Jakeema Hernandez, programmaleider bij Bibliotheek Bonaire. Maar de collectie prentenboeken in het Papiamentu is beperkt. Jakeema is dan ook blij met de nieuwe, vertaalde Papiamentu-boeken.

Als kind hield ik al van lezen, maar een boek in mijn eigen taal vinden in de boekhandel of bibliotheek was onmogelijk. Voor mijn inner child is het mooi om te zien dat er nu boeken in het Papiamentu bestaan.

Verhalen die voelen als thuis

Margriet Leest – let op de geweldig toepasselijke naam – was ‘kritische meelezer’ op die vertalingen. Jaren geleden kwam zij vanuit Aruba naar Nederland om Nederlands te studeren. Inmiddels is ze docent Engels en Nederlands en Statenlid in Overijssel.

‘Tijdens mijn studie wees een docent mij op boeken in Papiamentu en pas toen ontdekte ik de rijkdom aan prachtige poëzie en literatuur van Caribische schrijvers. Daar is mijn passie voor meertaligheid gegroeid.’ Margriet leverde dan ook graag haar bijdrage in de klankbordgroep. Ze vindt het goed dat bibliotheken zich afvragen hoe ze een stempel kunnen drukken op meertaligheid en het laten groeien van mensen. Want, zegt Margriet:

Je taal zien en gehoord worden, maakt dat je bestaat.

Een boek gaat dus over veel meer dan taal. Het laat zien dat jouw verhaal, cultuur en achtergrond ertoe doen. De belangrijkste vraag tijdens het selecteren en vertalen van de prentenboeken was dan ook: hoe zorgen we ervoor dat verhalen voelen als thuis?

Liever opa dan tawela: keuze voor bekende woorden

Ook Jakeema had een belangrijke adviesrol in de klankbordgroep. Ze las veel vertaalde boeken door en gaf feedback tot op woordniveau.

‘In Papiamentu zijn er verschillende woorden mogelijk voor bepaalde Nederlandse termen’, legt Jakeema uit. ‘Ik heb goed gekeken naar context, gevoel en of bepaalde woorden passen bij kinderen. Sommige woorden in de vertalingen heb ik veranderd.’

Een specifiek voorbeeld uit één van de nieuwe prentenboeken herinnert Jakeema zich niet zo snel. Maar een algemeen voorbeeld geeft ze wel: het woord opa. De officiële vertaling daarvan in het Papiamentu is welo of tawela. Maar in de praktijk gebruiken kinderen het Nederlandse woord opa. Daar groeit iedereen mee op.

‘Kinderen moeten zich herkennen in het verhaal’, aldus Jakeema. ‘Het gebruik van bekende woorden was voor ons belangrijker dan de officiële vertaling.’

Verhalen van dichtbij

Niet alleen de taal moest herkenbaar zijn, ook de verhalen zelf. Daarom keek de klankbordgroep ook mee in het selecteren van de boeken.

Het idee was niet: laten we zomaar wat boeken vertalen,’ vertelt Jakeema. ‘We hebben bewust gekeken welke boeken passen bij de cultuur en geschiedenis van de eilanden.

Een mooi voorbeeld is het prentenboek over Tula. Hij leidde in 1795 de slavenopstand op Curaçao en is voor veel inwoners van Curaçao, Bonaire en Aruba een belangrijk symbool van vrijheid en verzet. Zijn verhaal maakt deel uit van het culturele erfgoed van de eilanden.

Jakeema: ‘Op school leer je over Tula, maar er bestond geen prentenboek met dit verhaal. Misschien kunnen scholen nu naast de geschiedenisles ook dit boek gebruiken. Het prentenboek vertelt het verhaal niet zwaar, maar passend voor kinderen.’

Ook andere gekozen titels sluiten aan bij de leefwereld van kinderen op de eilanden. Zoals verhalen over jurken of over haar: onderwerpen die een belangrijke plek innemen in de Caribische cultuur.

De eerste keer in je eigen taal

Waarom herkenbare verhalen in de eigen taal zo belangrijk zijn, ziet Margriet regelmatig terug. Ze vertelt over voorleesweekenden die werden georganiseerd door de Universiteit Leiden, waar kinderen verhalen konden beluisteren in het Spaans, Portugees en Papiamentu. Een uitspraak van een moeder raakte haar. Zij zei: ‘Het is de eerste keer dat mijn kind in haar eigen taal wordt voorgelezen.’

‘Juist de moedertaal is zo belangrijk’, vertelt Margriet. ‘Samen plaatjes bekijken, verhalen vertellen en de fantasie ontwikkelen. Als kinderen een stevige basis hebben in hun thuistaal, helpt dat ook bij het leren van andere talen.’

Margriet is daarom trots dat ouders hun kinderen door dit project kunnen voorlezen in de eigen taal.

Boeken uit de kast!

Leesconsulent Myrthe Letteboer-Janse maakte de ontwikkeling van de voorleesfilmpjes en prentenboeken vanaf de zijlijn mee, via haar collega Jakeema. Nu de fysieke boeken beschikbaar zijn, begint de volgende fase: zorgen dat gezinnen ze ook daadwerkelijk ontdekken en gebruiken. Een taak die Myrthe enthousiast oppakt:

‘Alleen het gedeelte van de website in het Papiamentu spreekt al heel erg aan. Ouders maar ook professionals merken: ik kan dit heel makkelijk lezen, dit voelt prettig.’

Tijdens bijeenkomsten laat Myrthe zien hoe de prentenboeken en voorleesfilmpjes elkaar versterken. Zodra pedagogisch medewerkers ervaren hoe eenvoudig beide samen zijn te gebruiken, ontstaan vanzelf ideeën voor de praktijk.

‘Het introduceren ervan plant echt een zaadje’, vertelt Myrthe. ‘Over hoe ze de filmpjes en boeken zelf kunnen inzetten en hoe ze ouders hierin kunnen meenemen.’

Ook ouders en kinderen reageren volgens haar direct anders wanneer zij een verhaal in hun eigen taal horen. ‘De connectie met het verhaal is veel sneller gemaakt. Dat geldt voor kinderen, maar net zo goed voor ouders.’

Een feest van herkenning

Jakeema raadt andere bibliotheken ook aan veel aandacht te geven aan de nieuwe prentenboeken en filmpjes. Zij verwacht nog een ander effect van de nieuwe collectie.

‘Sommige mensen denken dat er alleen Nederlandse boeken zijn in de bibliotheek. Als je laat zien dat er ook boeken in het Papiamentu zijn, levert dat vast nieuwe leden op.’

Bibliotheek Bonaire gaat de komst van de prentenboeken dan ook feestelijk vieren. Er echt een moment van maken om de collectie actief onder de aandacht brengen.

Jakeema: ‘Ik ben trots dat onze collectie rijker is en kinderen en ouders meer boeken in Papiamentu kunnen lezen. En dat onze leesconsulenten ze kunnen gebruiken in scholen. Als de kinderen boeken zien in hun taal, worden ze helemaal enthousiast!’

Daar sluit Myrthe zich bij aan. Ze heeft bovendien een tip:

‘Ook al zijn het maar een paar kinderen die Papiamentu spreken in jouw klas of bibliotheek, laat de boeken zien. Zo voelen kinderen dat ook hun taal erbij hoort. Het is onderdeel van wie je bent en dat mag er zijn. Mooi dat dat door middel van boeken duidelijk wordt.’

Aan de slag!

Prentenboeken in verschillende talen, prachtige voorleesfilmpjes en een toolkit voor professionals: het zijn mooie resultaten van het project Leesbevordering in meertalige gezinnen. Maar nog belangrijker is dat meer kinderen kunnen opgroeien met verhalen waarin ze zichzelf herkennen. En dat vraagt actie van bibliotheekmedewerkers en andere professionals rond het gezin.


Dit project is een landelijke samenwerking tussen Rijnbrink en De Voorleeshoek, samen met de KB Nationale Bibliotheek, Stichting Lezen, Stichting Samenwerkende POI’s Nederland en NBD Biblion. Met dank aan de subsidieverstrekkers Stichting Pica en het Nederlands Letterenfonds.