Hoe doorbreek je de cirkel van laaggeletterdheid? 7 tips.

Een kind dat er lekker op los kletst, samen met papa en mama boekjes leest en zich goed kan uitdrukken. En ouders die trots toekijken, want hoe anders was hun eigen jeugd… Gezinsgericht werken aan basisvaardigheden levert meer op dan goede ontwikkelkansen. Samen doorbreek je de cirkel van laaggeletterdheid en werk je toe aan meer zelfvertrouwen en zelfredzaamheid. Maar hoe doe je dat als bibliotheekprofessional? Wat is jouw rol? En welke samenwerkingspartners heb je nodig? Dat bespraken we tijdens de Kenniscirkel Gezinsgericht werken aan basisvaardigheden in de Bibliotheek Deventer. Lees in dit artikel 7 inzichten van de deelnemers, die jou verder helpen in je werk.

Vrouw en meisje lezen samen een boek in de bibliotheek

Ervaringen en vraagstukken delen

Maar liefst 65 deelnemers waren aanwezig op de Kenniscirkel Gezinsgericht werken aan basisvaardigheden. Onder hen waren specialisten jeugd & educatie, coördinatoren (digi)taalhuizen en projectleiders van de VoorleesExpress. De hoge opkomst laat zien dat er behoefte is aan meer handvatten om gezinsgericht werken aan basisvaardigheden op te pakken. Dat bibliotheken (en samenwerkingspartners) dit onderwerp belangrijk vinden, staat buiten kijf. Hoe ze dit moeten doen en met wie, is voor velen nog een uitdaging. Daarom is het vertrekpunt van de Kenniscirkel ook ‘ervaringen en vraagstukken met elkaar delen’. Of zoals Sanne Holtslag van Bibliotheek Deventer het verwoordde: ‘samen ontmoeten en werken aan kansengelijkheid.’

Uit je schulp: een documentaire die raakt

De Kenniscirkel begint met de vertoning van de documentaire Uit je schulp van SCHUNK Bibliotheek Heerlen. De documentaire geeft een warm inkijkje in vier jaar lang gezinsgericht werken aan taal. In de documentaire volgen we gezinnen waarin ouders moeite hebben met lezen en schrijven. Gezinnen die uit hun schulp kruipen doordat zij de cirkel van laaggeletterdheid doorbreken. Een cirkel die vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Indruk maakt onder andere het kleine jongetje. Eerst een gesloten kind, dat gefrustreerd is omdat anderen hem niet begrijpen. Later een blije peuter die zich goed kan uitdrukken en plezier heeft in samen lezen. De sleutel tot succes? De moeder leert hoe zij met hem kan lezen en praten. Meer interactie, samen boekjes uitzoeken, spelen met de blokken en veel benoemen wat je ziet. Je ziet ook de verandering die moeder doormaakt. Van onzeker persoon, die lezen en schrijven mijdt, naar zelfverzekerde moeder die weet dat ze het beste met haar kind voorheeft. En hier ook echt werk van maakt. Niet alleen, maar met hulp en ondersteuning van deskundigen.

Hoe bereik je gezinnen die je niet vanzelf tegenkomt?

De documentaire maakt tastbaar waarover we praten. En laat zien hoe belangrijk het gezinsgericht werken aan basisvaardigheden is. Basisvaardigheden zorgen dat iemand mee kan doen in de maatschappij. Een van de belangrijkste elementen voor het ontwikkelen van goede basisvaardigheden is taal. En aangezien juist laaggeletterdheid vaak overgaat van generatie op generatie is het van belang deze cirkel te doorbreken. Hoe? Door via de ouder(s) het kind te bereiken. Als ouders meer praten met een kind, meer leesplezier bieden en meer samen spelen, dan krijgt een kind een grotere woordenschat.

De vraag is nu: hoe bereik je als bibliotheek deze ouders? Je ziet hen meestal niet in de bibliotheek. Je hebt dus samenwerkingspartners nodig die hen naar de bibliotheek leiden. Wie dat precies zijn? Die vraag leeft bij veel deelnemers. Een goed onderwerp dus, om verder op door te gaan.

Welke inzichten levert deze dag op?

Dat deden de deelnemers in dialoogsessies. Hier kwamen verschillende onderwerpen aan bod. Welk gezamenlijk verhaal vertellen we over gezinsgericht werken aan basisvaardigheden? Welke mogelijke samenwerkingspartners zijn er van -9 maanden tot ongeveer twaalf jaar (spoiler: het zijn er veel!)? En hoe maken we samen met partners impact? Uitdagingen en successen kwamen voorbij in de gesprekken. Hoewel veel deelnemers niet precies weten hoe, zeggen zij allemaal: we gaan er iets mee doen. Hieronder hun belangrijkste inzichten en tips van deze dag.

1. Voor de grootste impact bereik je kinderen zo jong mogelijk

Taalontwikkeling vindt grotendeels plaats in de eerste 1.000 dagen van een mensenleven. Het begint al in de baarmoeder, als een ongeboren baby de stem van de ouders hoort. Hoe meer ouders dus praten met hun kind in die eerste 1.000 dagen, hoe beter de taalontwikkeling.

Dat is interessant. Want juist deze zeer jonge doelgroep bereik je als bibliotheek moeilijk. Helemaal als de ouders de bibliotheek mijden. Goed dus om samen te werken met partners die contact hebben met jonge ouders: consultatiebureaus, kraamzorgorganisaties en verloskundigen.

2. De drempel om erover te praten is hoog

Voor veel mensen is praten over moeite met lezen en schrijven niet vanzelfsprekend. De drempel is vaak hoog vanwege gevoelens van schaamte of eerdere negatieve ervaringen. Dat geldt regelmatig voor mensen uit NT1-gezinnen, die Nederlands als moedertaal hebben en van wie de omgeving vaak verwacht dat lezen en schrijven geen probleem zijn. Het gevolg is dat deze mensen gaan verbergen dat ze niet kunnen lezen en schrijven. Bijvoorbeeld door situaties te vermijden of trucjes te bedenken.

Ga er dus niet standaard vanuit dat deze doelgroep zelf hulp zoekt. De wil is er vaak wel, maar het is niet gemakkelijk om je kwetsbaar op te stellen en te zeggen dat je iets niet kan. Vaak is er bovendien geen concrete taalvraag. Het gaat vaak om mee kunnen doen in de samenleving. En om dat te bereiken kom je weer uit bij taal.

Een effectieve manier om de drempel te verlagen, is het gesprek aan te gaan over wat iemand nodig heeft. Niet vanuit het idee dat er een probleem opgelost moet worden, maar vanuit oprechte nieuwsgierigheid: wat helpt jou om mee te doen, verder te komen of je doelen te bereiken? Vanuit die behoefte ontstaat vaak vanzelf ruimte om ook over lezen, schrijven en andere basisvaardigheden te praten.

3. Benader iemand vanuit gelijkwaardigheid

Ga je aan de slag met iemand die laaggeletterd is? Benader iemand dan vanuit gelijkwaardigheid. Jij voert geen slecht-nieuwsgesprek, maar komt iets moois brengen. Ook hierin is taal belangrijk. Hoe jij iets zegt, maakt verschil. Een gesprek van mens tot mens vanuit een open hart, helpt mensen zich open te stellen. Een mooi voorbeeld van hoe je dat doet, geeft Annet Stegeman van de VoorleesExpress. ‘Ik las voor aan een kindje en moeder bemoeide zich niet zo met wat er gebeurde. Ze ging door met koken. Toen ik vroeg of ik samen met haar mocht koken, ontstond er iets moois. We praatten en benoemden wat we deden. Zij deed iets wat zij goed kon, ik deed wat ik goed kon. Zo hadden we plezier van taal op basis van gelijkwaardigheid.’

4. Je hebt toeleiders nodig

Wat als de mensen die jij wilt bereiken niet naar jou komen? Dan heb je toeleiders nodig: samenwerkingspartners die deze mensen naar jou sturen. Toeleiders krijg je niet vanzelf. Zoek actief naar samenwerkingspartners. Tijdens de dialoogsessie ‘De reis van het gezin’ ontdekten de deelnemers welke samenwerkingspartners er allemaal zijn, ingedeeld per levensfase van het kind. Conclusie: het zijn er veel! Denk hierbij aan: het consultatiebureau (jonge kinderen), onderwijs en welzijnsorganisaties. Maar ook sportclubs, het ziekenhuis en Voedselbanken.

Tip: houd het klein en nodig een mogelijke samenwerkingspartner uit voor een kop koffie. Vertel wat je doet en wat gezinsgericht werken aan basisvaardigheden inhoudt en oplevert. Bespreek ook hoe jullie elkaar kunnen versterken. Vertel niet alleen wat jij doet, maar vraag ook wat een ander nodig heeft.

5. Ken je rol en die van een ander

Om jouw rol te pakken, is het nodig om te weten wat jouw rol is. Volgens Miriam Jennekens van SCHUNK Bibliotheek is die simpel. ‘Bibliotheken zijn van de taal’. Als je dat voor ogen houdt, praat het makkelijker. Schuren met een samenwerkingspartner mag. Soms zit je voor hun gevoel in elkaars vaarwater.

Wat helpt is dat je ook de rol van je samenwerkingspartner kent. Ga met elkaar in verbinding en verdiep je in elkaar. Grote kans dat je erachter komt dat je dezelfde doelen hebt en samen veel kunt bereiken.

6. Laat de impact zien

‘Prima dat je vertelt wat je doet. Maar nog belangrijker is dat je vertelt welke impact je maakt’. Dat benadrukt Miriam Jennekens van SCHUNK Bibliotheek. ‘Je moet aantonen dat je goed bezig bent, anders trekt de gemeente de stekker uit de subsidie of begint er niet eens aan.’

Impact aantonen kan op veel manieren, bijvoorbeeld door datagericht werken of door middel van Storytelling. Neem gerust contact op met Rijnbrink als je hierbij hulp nodig hebt. Of lees in dit artikel hoe de VoorleesExpress slim gebruikmaakt van data.

7. Samen sta je sterk

Gezinsgericht werken kun je niet alleen vormgeven. Je doet het met elkaar en hebt samenwerkingspartners nodig. Zowel intern als extern. Astrid Beltman, adviseur basisvaardigheden bij Rijnbrink, citeert een bekend gezegde:

‘Wil je snel, ga alleen.

Wil je verder komen, ga dan samen’

Om samen verder te komen, ziet Rijnbrink deze kenniscirkel als start. Een vervolg vindt plaats in 2027 in de vorm van een Lerend Netwerk. Hierin is ruimte om te experimenteren en delen we praktijkervaringen, zowel de briljante mislukkingen als de successen. Met als doel dat alle Gelderse en Overijsselse bibliotheken, samen met Rijnbrink, leren én inspireren op het gebied van gezinsgericht werken aan basisvaardigheden.

Meer informatie over het Lerend Netwerk