De Taalvriendelijke Bibliotheek: de taal van je hart verdient een plek
In de bibliotheek in Zwanenveld hangt een muur vol mini-bibliotheekjes: elk huisje een andere taal. Bezoekers schrijven op post-its wat de taal van hun hart is. Het blijken er tientallen.
Meertaligheid is overal. In gezinnen, op schoolpleinen, thuis en in de bibliotheek. Toch werken veel bibliotheken nog vanuit een eentalige norm. In dit artikel lees je wat een Taalvriendelijke Bibliotheek is, waarom het juist nu zo belangrijk is om hiermee te starten en hoe je dat praktisch aanpakt. Adviseur Karien van Buuren (Rijnbrink) laat zien wat onderzoek en cijfers vertellen: meertaligheid is geen uitzondering, maar de realiteit. Wouter van Balveren (OBGZ) laat zien hoe het in de praktijk werkt en wat er gebeurt als mensen hun eigen taal terugzien in de bibliotheek.
Meertaligheid is geen bijzaak
‘Een Taalvriendelijke Bibliotheek ziet meertaligheid als een rijkdom,’ zegt Karien van Buuren, adviseur bij Rijnbrink. ‘Het is een bibliotheek die alle talen van inwoners erkent en waardeert. Zo wordt de bibliotheek echt een plek waar iedereen zich welkom voelt, zich kan ontwikkelen en kan meedoen.’
Dat gaat niet alleen over Arabisch of Oekraïens. Het gaat ook over streektalen en dialecten, zoals het Nedersaksisch, Fries of Limburgs. Daarom is het relevant voor alle bibliotheken, in stad en dorp.
De cijfers laten zien dat meertaligheid een groot deel van je bezoekers raakt:
- op de 4 volwassenen gebruikt thuis een andere taal of dialect.
- Ruim 30% van de leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs is meertalig.
Kortom: meertaligheid is niet iets van ‘sommige mensen’. Het is onderdeel van hoe onze samenleving klinkt.
Taal is identiteit
‘Meertaligheid werd lang gezien als iets dat de integratie belemmert,’ zegt Karien. Onderzoek laat echter zien dat een sterke basis in moedertaal helpt bij het leren van andere talen. ‘Taal is bovendien onlosmakelijk verbonden met identiteit.’
Ze verwijst naar taalonderzoeker Jim Cummins, die het scherp verwoordt:
‘To reject a child’s language is to reject a child’s identity.’
(vertaling: De taal van een kind afwijzen is de identiteit van een kind afwijzen.)
Wanneer een professional of organisatie iemands taal negeert, kan iemand zich minder gezien of minder welkom voelen. Het raakt direct aan betrokkenheid en vertrouwen. Precies daar ligt een grote kans voor bibliotheken: je kunt een plek zijn waar mensen zich wél gezien voelen.
Van eentalige norm naar taalvriendelijk
Wouter van Balveren is manager innovatie bij Bibliotheek Gelderland-Zuid (OBGZ). Hij houdt zich bezig met toekomstbestendigheid van bibliotheken: technische innovaties en sociale innovaties. In het thema Taalvriendelijke Bibliotheek is hij vooral aanjager.
‘Ik zag dat onze teams er wel mee bezig waren, maar dat het vooral losse initiatieven waren,’ vertelt Wouter. ‘Er was te weinig samenhang en tempo. Toen dacht ik: hier moeten we beweging in brengen.’
Samen met collega’s uit verschillende teams ontwikkelde hij een brede visie op de Taalvriendelijke Bibliotheek. Die visie draait om een duidelijke beweging: van taal beperken naar taal ruimte geven. Wouter: ‘We voerden gesprekken over taalvriendelijkheid. Over collectie, communicatie en inrichting. We vroegen ons af: wat betekent taalvriendelijk voor mij? Wanneer zijn we dat eigenlijk? Dat gesprek is cruciaal.’
Tolereren, waarderen, inzetten: zo groeit taalvriendelijkheid
Wouter: ‘We zijn lang in een fase geweest van: hier praten we Nederlands. Nu bewegen we naar tolereren, waarderen en uiteindelijk inzetten.’ Hij beschrijft het als een groeipad:
- Tolereren: je staat het toe dat andere talen er zijn.
- Waarderen: je laat zien dat die talen er mogen zijn. Je zet ze op een podium.
- Inzetten: je maakt meertaligheid onderdeel van je organisatie. Je betrekt inwoners actief.
Het is daarbij belangrijk om je te realiseren dat niet iedereen in jouw organisatie tegelijk in dezelfde fase zit. ‘Het is niet zo dat je op maandagochtend om negen uur ineens ‘inzetten’ bent,’ zegt Wouter. ‘De ene collega is al heel ver, de andere nog zoekend. Dat is logisch.’
Juist daarom werkt een Taalvriendelijke bibliotheek niet met één losse actie. Het is organisatieontwikkeling. En dat kost tijd, gesprekken en herhaling.
World of books: een plek waar je gezien en gehoord wordt
In Zuid-Gelderland heeft ongeveer 20% van de inwoners een niet-Nederlandse thuistaal. In kaart gebracht door de Radboud Universiteit blijken er meer dan 40 tot 50 talen en dialecten in de regio actief te zijn. ‘Als wij die rijkdom alleen vanuit het Nederlands benaderen, is dat eigenlijk armoede,’ zegt Wouter.
Die gedachte werd zichtbaar in de wijk Zwanenveld in Nijmegen. Daar is een grote kastenwand: de World of Books. In die muur zitten mini-bibliotheekjes. Elk huisje hoort bij een taal. Inwoners vullen en beheren ‘hun’ kastje zelf.
‘Wij bemoeien ons niet met wat erin staat,’ vertelt Wouter. ‘Dat is nieuw, want normaal wil je als bibliotheek de kwaliteit bewaken. Maar hier laten we die controle los. Het gaat om herkenning en eigenaarschap.’
Bij de opening gebeurde iets dat je niet in een beleidsstuk vangt. ‘We vroegen bezoekers: wat is de taal van je hart? Iedereen scheef het op post-its. Het waren er zóveel. Mensen waren geraakt. Je zag letterlijk hoe belangrijk taal voor mensen is.’ Dat is waar het om draait. ‘Dat plekje in die muur geeft mensen het gevoel dat ze gezien en gehoord worden.’
Vier pijlers voor een Taalvriendelijke Bibliotheek
Volgens Karien vraagt een Taalvriendelijke Bibliotheek om meer dan een meertalige collectie alleen. ‘Er is veel winst te behalen als we inzetten op vier samenhangende pijlers: visie & beleid, deskundigheid, collectie & leesomgeving en programmering.’
Veel bibliotheken beginnen bij de collectie. Begrijpelijk, maar ook uitdagend. ‘Het aanbod in meertalige boeken is in Nederland beperkt,’ zegt Karien. ‘Hoe maak je een titellijst met kwalitatief goede boeken in een andere taal? En waar bestel je die boeken? Toch zie ik prachtige voorbeelden waarbij taalgemeenschappen zelf meedenken over collectioneren. De toestroom van Syrische vluchtelingen (2015, red.) en later de mensen uit Oekraïne (2022, red.) brachten de bibliotheken in beweging.’
Wouter herkent die uitdaging in het OBGZ. Hij zag zijn team bij elke nieuwe vluchtelingenstroom bijspringen met noodoplossingen en pop-upcollecties. ‘Toen de Oekraïners kwamen, was dat de derde keer in korte tijd (na Syrië en Afghanistan, red.). We dachten: dit moeten we structureel organiseren. Niet elke keer het wiel uitvinden.’
Karien ziet hetzelfde momentum. ‘Waar meertaligheid lang werd gezien als iets dat integratie in de weg zit, groeit nu het besef: meertaligheid heeft juist kracht.’ Nieuwe onderzoeken, bijeenkomsten en initiatieven ondersteunen dat. ‘Grijp deze kans!’ zegt ze. ‘Meertaligheid is de realiteit.’
Begin klein, maar begin
Taalvriendelijkheid kan snel heel groot voelen. Te veel talen, te weinig tijd, te weinig budget… En dan komt perfectionisme om de hoek kijken. Wouter: ‘Je wilt het graag heel goed doen, maar het aantal talen is zo groot dat je het nooit volledig kunt bijbenen. De grootste misvatting is dat je zelf alles moet begrijpen om ermee aan de slag te kunnen. Een foutje in de vertaling kan ook juist uitnodigen tot contact en een bezoeker die voorstelt om te helpen.’
Karien vult aan: ‘Een positieve houding maakt het verschil.’ Wouter noemt het laaghangend fruit. ‘Kijk wat bezoekers zien als ze de bibliotheek binnenkomen. Wat staat er op bewegwijzering, posters, schermen en flyers? Is dat ook te begrijpen voor een kind dat net leert lezen, een slechtziende oma of iemand die Nederlands niet als moedertaal heeft?’
Karien gelooft ook in kleine, slimme acties die iets in gang zetten. ‘Maak bijvoorbeeld zichtbaar welke talen medewerkers spreken, ook streektalen en dialecten. Laat dat zien op de naambadge. Daarmee erken je verschillende thuistalen en misschien ontstaat van daaruit wel een mooi gesprek!’
Samen leren in het koploperstraject
In november 2025 vond de Expeditie Meertaligheid plaats: de aftrap van het project de Taalvriendelijke Bibliotheek. Zes bibliotheken meldden zich aan voor een koplopersgroep. ‘We vormen samen een lerend netwerk,’ vertelt Karien. ‘We ontwikkelen, proberen uit en leren van elkaar. Er ontstaat een gedeelde taal en werkwijze die moet leiden tot een breed gedragen propositie en een routekaart naar de Taalvriendelijke Bibliotheek.’
Het traject start met een quickscan, gevolgd door intakegesprekken. Daarna volgen meerdere bijeenkomsten verspreid over het jaar. Bibliotheken bezoeken elkaar, delen successen en mislukkingen en experimenteren in de praktijk. ‘Het kunnen kleine experimenten zijn met grote impact,’ zegt Karien. ‘Zo maken we samen het verschil in het leven van mensen.’
Rijnbrink vervult een verbindende rol in dit traject. ‘We organiseren bijeenkomsten, bewaken het leerproces, zorgen voor kennisinput en verbinden aan landelijke ontwikkelingen.’ Maar misschien nog wel belangrijker: ook Rijnbrink is onderdeel van het lerend netwerk. ‘Wij zijn zelf ook nog aan het leren en dat doen we graag samen met bibliotheken,’ zegt Karien. Het netwerk blijft groeien, elk jaar kunnen nieuwe bibliotheken aansluiten.
Wat levert het op?
Wat gebeurt er als bibliotheken meertaligheid als uitgangspunt nemen? ‘Dan kunnen we nog veel meer bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Meertaligheid verbetert leerprestaties, versterkt identiteitsvorming en vergroot betrokkenheid.’ legt Karien uit. Wouter vult aan: ‘Dan wordt het vanzelfsprekend. Dan zijn bibliotheken een rijkdom van verschillende talen. En vooral: dan spelen inwoners zelf een grote rol. Dat vergroot het communitygevoel.’
En dat is misschien wel de kern. Een Taalvriendelijke Bibliotheek gaat niet alleen over boeken of over een extra collectieplank. Niet alleen over beleid of een eenmalig project. Het gaat over mensen en ontmoetingen. Dat mensen voelen: jij hoort erbij.

