Wij werken in opdracht van de Provincie Gelderland en de Provincie Overijssel

Geplaatst door op met onderwerp

De Rijnbrink Groep introduceert elke maand een artikel van een Rijnbrink Groep-professional. Deze maand het artikel van Iris Meuleman: Lezen? Míjn leerlingen?

Rijnbrink Groep heeft een team van professionals die veel kennis hebben over hun vakgebied. In hun werk zetten zij die kennis in om de Bibliotheek van vandaag te ondersteunen in hun doorontwikkeling naar de Bibliotheek van morgen. Graag delen wij die kennis met jullie, zodat jullie inspiratie op kunnen doen en kunnen leren van interessante casussen. Daarom introduceert de Rijnbrink Groep elke maand een artikel van een andere Rijnbrink Groep-professional. Deze maand het artikel van Iris Meuleman: Lezen? Míjn leerlingen?

Lezen? Míjn leerlingen?iris meuleman12 web

Iris Meuleman is onderwijskundige en werkt als senior adviseur in het team Bibliotheek Inhoudelijk advies van Rijnbrink Groep. Iris is voornamelijk betrokken bij advies, onderzoek en ontwikkeling in de samenwerking tussen bibliotheken en (voortgezet) onderwijs. Thema's zijn lezen, informatievaardigheid en Leven Lang Leren.

“Weet je zeker dat je onze leerlingen bedoelt?” Ik had hem al verwacht, deze eerste reactie. Zojuist heb ik een groep docenten in uitgenodigd om zich samen met mij in te zetten voor meer leesplezier bij hun leerlingen. De groep, bestaande uit vmbo-docenten van verschillende vakken, is huiverig voor het extra werk dat ik hen op de mouw ga spelden. Gelukkig was ik voorbereid. Ik begin deze eerste bijeenkomst dan ook niet met een uitgebreid verhaal over wat we moeten gaan doen. Maar met dat wat er toe doet: waar loopt men tegenaan? En wat kan daar aan gedaan worden? Zo heeft ook de wiskundedocent last van het feit dat leerlingen de opgaven niet goed kunnen lezen. En hij erkent dat het ook voor een deel zijn taak is om daar wat aan te doen. Tevreden ga ik naar huis, ik heb mijn aanknopingspunt voor het draagvlak dat we straks nodig zullen hebben.

In het Bibliotheekveld is al jaren bekend dat het aantal laaggeletterden in Nederland te hoog is. Jongeren vormen daarop geen uitzondering. Uit onderzoek van PISA blijkt dat 14% van de 15-jarigen in Nederland een taalachterstand heeft. Zij begrijpen de tekst in hun schoolboeken niet goed en dreigen laaggeletterd te worden. Reden te meer voor het ministerie van OCW om taal sinds 2010 te introduceren als speerpunt voor scholen op alle niveaus. Op het voortgezet onderwijs betekent dit onder meer dat vanaf het huidige schooljaar de examens voor Nederlands gebaseerd zijn op de landelijk gestelde referentieniveaus taal. Deze referentieniveaus beschrijven het niveau van taal dat leerlingen in een bepaalde schoolcarrière moeten hebben behaald. Deze en andere maatregelen verplichten scholen tot het invoeren van een beter en schoolbreed taalbeleid. Veel scholen zijn zoekende naar een goed taalbeleid, en maken daarbij onderscheid tussen taalbeleid en leesbeleid. Dit terwijl uit onderzoek blijkt dat taal en woordenschat het snelst geleerd worden door veel te lezen. En veel lezen doe je pas als je daar plezier in hebt. Reden voor Rijnbrink Groep om, samen met Bibliotheken, in te zetten op de begeleiding van scholen bij lees- en taalbeleid.

Met het concept van de Bibliotheek op School en een lange adem hebben we de afgelopen jaren al op diverse scholen veel bereikt. Daarbij wordt steeds gezocht naar een goede samenwerking tussen de drie partijen: docenten, mediatheekpersoneel en Bibliotheekpersoneel. De basis is overal een vaste groep enthousiastelingen van deze organisaties die werken aan gezamenlijke doelen. Aan ideeën geen gebrek, zo blijkt vaak. Dit enthousiasme moet vooral ingezet worden om draagvlak te krijgen bij de collega’s. Alles begint bij het belang en er samen voor willen gaan. Dan pas kunnen de belemmeringen (“geen tijd”, “past niet in mijn vak”) omgebogen worden tot goede afspraken.

Als tussenpersoon houd ik de betrokkenen vaak een spiegel voor, bijvoorbeeld over de controlefunctie (Bevordert een verwerkingsopdracht het leesplezier?) of de leesomgeving (Wat is prettiger: Een boek lezen aan tafel of op de grond met je rug tegen de verwarming?). Vervolgens help ik hen bij het aanbrengen van structuur en onderbouwing voor hun leesbevorderingsactiviteiten, zodat er een meerjarenplan ontstaat dat ingebed kan worden in het curriculum. Mijn doel is, naast het bevorderen van het leesplezier en de leesattitude, om de school (docenten, mediatheek) en de Bibliotheek dichter bij elkaar te brengen. Deze vorm van samenwerking past ook goed bij de ‘Bibliotheek van de toekomst’ die veel minder in beeld zal zijn als gebouw, en veel meer als dienst in samenwerking met partners, op de plek waar de doelgroep zich al bevindt. En het past ook bij Rijnbrink Groep om partners samen te brengen. Zo verwoordt een specialist vanuit een Gelderse Bibliotheek: “Doordat Rijnbrink Groep de procesbegeleiding op zich neemt, kan ik vanuit de Bibliotheekinhoud deelnemen. Ik ben er trots op dat we dit samen kunnen oppakken, ieder met zijn eigen expertise.”

Ik ben blij mijn steentje bij te kunnen dragen als onderwijskundige in het samenwerkingsveld tussen Bibliotheek en school. Tevreden ben ik echter niet zo snel. Het zou bijvoorbeeld nog mooier zijn om ook andere partners rondom de leerlingen te betrekken. Bijvoorbeeld de ouders. Hoewel ouders zelden inhoudelijk betrokken worden bij hun kind in het voortgezet onderwijs, spelen ze een belangrijke rol in het leesgedrag en leesplezier.

Ik hoop nog veel Bibliotheken en scholen bij elkaar te brengen en alle vmbo-docenten (en ouders) te overtuigen van het belang van lezen. Wie doet er mee?

PS: Om te zien wat je zoal kunt bereiken door samenwerking tussen scholen en openbare Bibliotheken, verwijs ik u graag naar mijn rapport ‘Structural cooperation between teachers, public librarians and teacherlibrarians’, dat ik ook zal presenteren tijdens de IASl conferentie (International Association of School Librarianship) in juli in Maastricht.