Een digitaal toegankelijke website: 5x kleine keuzes die groot verschil maken

Wist je dat veel problemen met digitale toegankelijkheid helemaal niet technisch zijn? Ze ontstaan vaak door onduidelijke teksten, onlogische koppen of linkjes die weinig zeggen. Juist daar ligt een enorme kans. Met bewuste keuzes in content maak je je website voor veel meer mensen bruikbaar. Maar waar begin je? En waar moet je scherp op zijn? Onze collega Gonnie, adviseur digitale toegankelijkheid bij Rijnbrink, zet in dit artikel vijf belangrijke aandachtspunten voor je op een rij.

Wat is digitale toegankelijkheid?

Digitale toegankelijkheid betekent dat websites en online informatie door iedereen te gebruiken zijn. Ook mensen met een beperking, zoals slechtziendheid, kleurenblindheid, dyslexie, gehoorproblemen of mensen die geen muis gebruiken. Voor bibliotheken is dat extra belangrijk. Toegankelijkheid past bij de publieke rol en bij het idee dat informatie voor iedereen beschikbaar moet zijn, zodat iedereen kan meedoen, ook online.

Toegankelijkheid begint bij content

Het mooie is dat je vandaag al verschil kunt maken. Door consequent te werken met duidelijke koppen, begrijpelijke linkteksten en goede alt-teksten bij afbeeldingen verbeter je de toegankelijkheid stap voor stap. Als je dit structureel doet, voorkom je later veel herstelwerk en frustratie.

Toch zien we in de praktijk vaak dezelfde struikelblokken. Koppen worden visueel groter gemaakt, maar zijn technisch geen echte koppen. Linkjes heten ‘klik hier’ of ‘lees meer’, waardoor niemand weet waar ze naartoe leiden, zeker niet als je een schermlezer gebruikt. Afbeeldingen missen een alt-tekst of hebben een nietszeggende omschrijving, terwijl je juist daar belangrijke informatie in kwijt kunt. En soms staat essentiële informatie in een PDF, terwijl een webpagina veel toegankelijker is.

Vijf tips om je pagina’s beter leesbaar en bruikbaar te maken

1. Werk met een duidelijke koppenstructuur

Een toegankelijke pagina heeft een logische kopstructuur. Dat betekent dat je werkt met echte koppen, in de juiste volgorde. In veel systemen is er één hoofdkop (H1) per pagina. Daaronder bouw je verder met tussenkoppen (H2, H3, H4, …). Sla geen niveaus over, dus gebruik geen H2 en daarna H4. Dat helpt niet alleen schermlezers, maar ook alle bezoekers die een pagina scannen. Handige tools zoals HeadingsMap laten in één oogopslag zien of je koppenstructuur klopt.

2. Maak je linktekst concreet

Ook linkteksten verdienen aandacht. Ze helpen bezoekers om snel te begrijpen waar een link naartoe leidt, zonder dat ze eerst de hele tekst hoeven te lezen. Dat is prettig voor iedereen, maar extra belangrijk voor mensen die een schermlezer gebruiken en linkjes los van de context laten voorlezen. Vermijd daarom algemene teksten als ‘klik hier’ of ‘lees meer’. Die zeggen niets over de inhoud achter de link. Kies liever voor een beschrijvende linktekst die het doel meteen duidelijk maakt, zoals ‘Bekijk de openingstijden van Bibliotheek Deventer’ of ‘Meld je aan voor de workshop digitale vaardigheden’. Zo maak je je content begrijpelijker, toegankelijker en gebruiksvriendelijker.

3. Omschrijving bij je afbeeldingen

Beeld versterkt jouw boodschap, maar alleen als iedereen die boodschap kan meekrijgen. Daarom is het goed om je er bewust van te zijn wanneer je wel of geen alt-teksten gebruikt. Is een afbeelding puur decoratief en voegt deze inhoudelijk niets toe? Dan mag je de alt-tekst leeg laten. Draagt een afbeelding wel informatie of betekenis? Dan beschrijf je kort en duidelijk wat er op de afbeelding staat. Bedenk je wat iemand mist als hij of zij het beeld niet kan zien.

  • Een sfeerfoto van een bijeenkomst zonder inhoudelijke betekenis → geen alt-tekst.
  • Een afbeelding met een infographic over subsidiebedragen → alt-tekst: “Overzicht van subsidies voor bibliotheken in 2026, met focus op geletterdheid en digitale inclusie.”

Zo zorg je ervoor dat jouw communicatie voor iedereen begrijpelijk en compleet blijft.

4. Maak je teksten scanbaar

Je helpt je lezer door je teksten helder en overzichtelijk op te bouwen. Werk met korte alinea’s en duidelijke tussenkoppen. Zet de belangrijkste boodschap bovenaan. Zo ziet de lezer direct waar je tekst over gaat en wat voor hem of haar relevant is. Deze manier van schrijven helpt iedereen: mensen die snel willen scannen en lezers met een lees- of concentratiebeperking. Door structuur aan te brengen, maak je je communicatie toegankelijk en zorg je dat niemand de kern mist.

5. Test de toegankelijkheid van jouw website

Een praktische tip en leuke test: pak één willekeurige pagina van je website en navigeer die zonder muis. Je merkt dan al snel waar bezoekers vastlopen en waar het beter kan. Juist voor mensen die een toetsenbord of andere hulpmiddelen gebruiken, maken dit soort drempels het verschil tussen afhaken of verder kunnen. Door kleine aanpassingen door te voeren, verbeter je de toegankelijkheid van je website aanzienlijk.

Extra aandacht voor WaaS-websites

Werk je in WaaS (AEM)? Dan kun je als redacteur veel goed doen door de standaardinstellingen van componenten slim te gebruiken. Kies altijd het juiste kopniveau, gebruik duidelijke linkteksten en ga bewust om met alt-tekst bij afbeeldingen. Bij uitklappers en accordeons is het belangrijk dat de titel al duidelijk maakt wat erin staat en dat essentiële informatie niet alleen ‘verstopt’ zit.

Plaats informatie bij voorkeur als webtekst en niet alleen in een PDF. Als een PDF nodig is, bied deze dan aan als aanvulling en zorg dat de kerninformatie ook op de pagina staat. Controleer bovendien of de PDF zelf toegankelijk is, bijvoorbeeld met PAC.

Digitale toegankelijkheid: samen beter geregeld

Digitale toegankelijkheid is geen eenmalige actie, maar een manier van werken. Bij Rijnbrink helpen we bibliotheken graag met audits, verbeterplannen, de officiële toegankelijkheidsverklaring en praktische ondersteuning.

Lees meer over digitale toegankelijkheid