7x tips: zo bouw je aan een meertalige jeugdcollectie
Op 2 april is het de Internationale Dag van het Kinderboek. Een mooi moment om stil te staan bij de rol van kinderboeken in de bibliotheek. Want voor veel kinderen begint daar iets belangrijks: hun eerste contact met verhalen, taal en leesplezier. Maar wat als je je eigen taal nauwelijks terugziet in het boekenaanbod? Veel bibliotheken willen iets met meertaligheid in de jeugdcollectie, maar zoeken nog naar hoe. In dit artikel lees je waarom dat belangrijk is en hoe je eerste stappen kunt zetten.
In dit artikel gaan we in gesprek met Anneke Kokkeler, adviseur bij Rijnbrink, en Jacqueline Terwijn, jeugdcollectioneur bij Bibliotheek West-Achterhoek en Jeugdspecialist van het Jaar 2024. Eerder vertelden Karien van Buuren en Wouter van Balveren al meer over wat de Taalvriendelijke Bibliotheek is en waarom het zo belangrijk is. Dit artikel zoomt in op één concreet onderdeel daarvan: de jeugdcollectie.
Lees meer over de Taalvriendelijke Bibliotheek
Meer dan een kast met boeken
Wie aan een meertalige collectie denkt, denkt al snel aan boeken in andere talen. Maar daaronder ligt een veel belangrijkere vraag: wat wil je als bibliotheek betekenen voor kinderen en gezinnen die met meer talen leven? Voor Anneke begint het antwoord bij taalontwikkeling, identiteit en leesplezier. ‘Vaak wordt gedacht dat kinderen goed Nederlands moeten leren om mee te kunnen draaien in de maatschappij, maar voor taalontwikkeling, leesplezier en culturele identiteit is de thuistaal ook belangrijk.’
Juist in de jeugdcollectie krijgt dat concreet vorm. Jonge kinderen lezen nog niet zelfstandig. Ze hebben volwassenen nodig die voorlezen, verhalen delen, samen plaatjes bekijken en woorden geven aan wat er gebeurt. Een boek in de eigen taal kan dan veel betekenen, niet alleen voor het kind, maar ook voor de ouder. ‘Voor ouders is het soms een drempel om in het Nederlands voor te lezen. Het kan heel erg helpen om dat in hun eigen thuistaal te doen. Dat is van onschatbare waarde voor het ontwikkelen van een sterke taalbasis én zorgt voor taalplezier.’
Boeken als spiegels en vensters
Een meertalige jeugdcollectie kan ook herkenning bieden en het gesprek openen over cultuur, gebruiken en tradities. Anneke: ‘Een boek kan een spiegel zijn voor ouders en kinderen, waarin ze iets van zichzelf terugzien. Tegelijkertijd kunnen boeken uit andere landen ook vensters zijn om kennis te maken met andere culturen en tradities. Het werkt dus beide kanten op.’ Daarmee is de jeugdcollectie een logische plek om met meertaligheid te beginnen. Niet omdat het de enige plek is waar het relevant is, maar omdat hier een stevige basis ligt voor later. Anneke: ‘Op jongere leeftijd leer je makkelijker. Alles wat kinderen dan opdoen aan talen, werkt later in hun leven ook in hun voordeel.’
Wat het in de praktijk losmaakt
Jacqueline Terwijn ziet in de praktijk hoeveel dat uitmaakt. Wat haar steeds weer raakt, is hoe sterk kinderen en ouders reageren als ze hun eigen taal terugvinden in de bibliotheek. ‘Elke keer als kinderen een boek vinden in hun eigen taal, gaan ze ermee knuffelen.’ Ze vertelt over een bezoek aan een opvanglocatie voor Oekraïense gezinnen. ‘Ik kwam binnen met een doos boeken in hun eigen taal. Een Oekraïense vrouw begon te huilen. Mensen zijn vaak zo geraakt als ze hun taal zien.’
Daar zit de kern van dit onderwerp. Een meertalige jeugdcollectie gaat niet alleen over beschikbaarheid. Het gaat ook over erkenning. Over laten zien: jouw taal mag er ook zijn.
Doel bepalen voor jouw meertalige jeugdcollectie
Dat meertaligheid relevant is, staat voor veel bibliotheken steeds minder ter discussie. In de praktijk is het alleen wat moeilijker. Want tussen het zien van het belang en het opbouwen van een collectie zitten veel keuzes. Waar begin je? Voor wie vorm je die collectie? En wat versta je eigenlijk onder een meertalige collectie? Anneke: ‘Dat kunnen bijvoorbeeld ook spelmaterialen, tekstloze prentenboeken of meertalige voorleesfilmpjes zijn. Wat wil je bereiken en wat vind je belangrijk? Dat moet het vertrekpunt zijn voor welke doelgroepen je wilt aanspreken.’
Daarmee maakt ze iets belangrijks duidelijk: een meertalige collectie is geen doel op zich, maar een middel. Je kunt ermee bijdragen aan leesplezier, culturele herkenning, het bereiken van ouders of het ondersteunen van taalontwikkeling. Maar dan moet je als bibliotheek wel eerst bepalen welke rol je wilt pakken.
Met de zeven tips hieronder helpen we je op weg.
Tip 1 – Kijk naar je eigen omgeving
Een meertalige jeugdcollectie begint bij je werkgebied. Welke talen leven er in jouw gemeente? Welke gemeenschappen zijn er? En met wie heb je al contact via school, kinderopvang, BoekStart, de VoorleesExpress of het Taalhuis? ‘Met cijfers van het CBS kom je een heel eind,’ zegt Anneke. ‘Daarnaast kun je contacten leggen via een moskee, vereniging of door het gesprek aan te gaan met mensen die al in de bibliotheek komen.’
Jacqueline begon ook zo. ‘Via CBS zag ik dat Turks de grootste taalgemeenschap was (na het Nederlands) in ons werkgebied. Dat was geen verrassing. De tweede taal was Duits. Dat was verrassend.’ Daarna zocht ze zelf actief contact met mensen uit de gemeenschap. ‘Ik ben begonnen bij de Turkse gemeenschap via de moskee. Daar ben ik gewoon eens gaan praten. De voorzitter sprong een gat in de lucht. Hij was zó blij. Dan heb je meteen een fantastische ingang. Hij is onze ambassadeur geworden en vertaalt nu ook stukjes tekst voor ons.’
Dat soort contacten maken het verschil. Niet alleen omdat ze helpen om boeken te vinden of te beoordelen, maar vooral omdat ze verbinding creëren. En juist die verbinding helpt om een collectie op te bouwen die echt aansluit.
Tip 2 – Bepaal eerst het doel van je meertalige collectie
Nog voordat je titels gaat kiezen, helpt het om een fundamentelere vraag te beantwoorden: waarom wil je eigenlijk een meertalige jeugdcollectie? Anneke noemt dat het echte vertrekpunt. ‘Wat is het doel van je collectie? Gaat het om thuis lezen, om school, om culturele herkenning of om Nederlands leren? Dat maakt nogal veel uit voor hoe je zo’n collectie vormgeeft.’ Dat doel helpt je om keuzes te maken. Wil je vooral jonge kinderen en hun ouders bereiken? Wil je aansluiten bij schoolthema’s? Wil je meertalige gezinnen ondersteunen die al taalvaardig zijn, of juist gezinnen die laagtaalvaardig zijn? Werk je vanuit leesplezier, taalontwikkeling, cultuur of ontmoeting? Of een mix daarvan?
Die vragen zijn niet theoretisch. Ze bepalen heel concreet welke boeken je kiest, hoeveel je aanschaft, hoe je de collectie ontsluit en met welke partners je samenwerkt. Ook de manier van collectioneren hangt hiermee samen. Anneke noemt drie routes: werken met donaties uit de gemeenschap, suggesties ophalen maar zelf de kwaliteit bewaken door zelf boeken aan te schaffen, of volledig zelf collectioneren.
Daar zit meteen een belangrijk spanningsveld in. Want bibliotheken willen enerzijds onafhankelijk, betrouwbaar en pluriform zijn, maar anderzijds ook aansluiten bij de behoeftes, interesses en waarden van de gemeenschap. Die afweging maak je niet één keer, die hoort bij je visie.
Wij hebben verdiepingskaarten en een routekaart ontwikkeld met daarop vragen die jou als bibliotheek kunnen helpen om bewuste keuzes te maken bij het vormen van een meertalige collectie.
Tip 3 – Durf te beginnen
Een van de grootste drempels is onzekerheid. Veel bibliotheken willen meertaligheid goed aanpakken, maar maken het daardoor soms groter dan nodig. Jacqueline laat zien dat je met kleine stapjes, grote impact kunt maken. ‘Er kwam een Zuid-Afrikaanse moeder bij BoekStart en zij voelde zich heel alleen. Voor haar wilde ik zo graag boeken regelen. Iemand uit ons team ging op vakantie naar Zuid-Afrika en nam twee boeken mee in haar koffer terug. Ze was daar zó blij mee.’
Na dit kleine succesje, vroeg Jacqueline meer collega’s om prentenboeken mee te nemen uit hun vakantieland. Juist die kleine stappen maken het concreet en dichtbij. Het zorgde niet alleen voor boeken op de plank, maar ook voor betrokkenheid in de organisatie.
Anneke adviseert om bewust klein te beginnen. ‘Kies liever vier tot vijf talen waar je een kleine basiscollectie van maakt, dan twintig talen waar je maar twee of drie boekjes van hebt.’ Jacqueline vult aan: ‘Kijk bijvoorbeeld naar de boeken bij de meertalige voorleesfilmpjes en kies er eerst eens twintig per taal. En kies voor één leeftijdscategorie.’
Ontdek de meertalige voorleesfilmpjes
Aan de slag met de Toolkit meertalige voorleesfilmpjes
Vergeet ook de tekstloze prentenboeken niet. Anneke: ‘Als je een klein budget hebt of nog zoekende bent, kunnen tekstloze prentenboeken een handige en prachtige manier zijn om klein te beginnen. Bovendien kunnen deze boeken ook helpend zijn voor laagtaalvaardige gezinnen.’
Bekijk de IBBY-lijst voor tekstloze prentenboeken
Tip 4 – Je hoeft niet zelf de taal te spreken
Wie met meertalige boeken aan de slag wil, loopt vaak meteen tegen dezelfde vraag aan: hoe selecteer je boeken in een taal die je zelf niet beheerst? ‘Ik dacht altijd dat het heel belangrijk was dat je én het Nederlands én die andere taal begreep. Maar toen ontdekte ik dat ik het helemaal niet zelf hoef te kunnen lezen. Ik maakte het ingewikkelder dan nodig,’ vertelt Jacqueline. Zij begon daarom met boeken die ze al kende. Bekende titels als Rupsje Nooitgenoeg of De mooiste vis van de zee zijn vaak in meerdere talen verkrijgbaar. Dat maakt ze laagdrempelig om mee te beginnen. Je kent het verhaal, kunt de kwaliteit beter inschatten en kunt ze vaak koppelen aan bestaande activiteiten.
‘Ik probeer heel erg te kijken: wat is er al waar ik bij aan kan sluiten. Bestaande contactmomenten, activiteiten en collecties, zoals BoekStart, de Bibliotheek op school en themacollecties. Ik heb ook liever een boek dat ook in de Voorleeshoek staat in een andere taal dan een heel nieuw boek.’ Daarnaast kun je anderen betrekken bij de selectie. Mensen uit taalgemeenschappen, ouders of gastcollectioneurs kunnen helpen om mee te kijken naar titels, kwaliteit en culturele context. Je hoeft het dus niet alleen te doen, en ook niet alles zelf te begrijpen om toch goede keuzes te maken.
Tip 5 – Vergeet streektalen en dialecten niet
Meertaligheid gaat niet alleen over talen van buiten Nederland. Ook streektalen en dialecten horen erbij. Dat helpt om het onderwerp dichterbij te brengen en zorgt voor draagvlak. ‘Je bent zelf vaak meertaliger dan je denkt,’ zegt Anneke. ‘Zodra je streektalen meeneemt, voelen meer mensen: dit gaat ook over ons.’
Jacqueline merkt dat in de praktijk. ‘Zodra je de streektaal erbij betrekt, heb je ineens een opening.’ Tijdens de Dag van de Moedertaal droeg zij een sticker met vlaggetjes van talen die zij spreekt, inclusief een Achterhoekse vlag. ‘Dan heb je meteen een gesprek. Mensen zeggen: o ja, vroeger mocht ik dat niet spreken. Of: mijn kinderen kunnen dat helemaal niet meer. Dan ontstaat er begrip.’
Dat is waardevol, juist ook intern. Want als collega’s en vrijwilligers zichzelf herkennen in het idee van meertaligheid, groeit het draagvlak vaak vanzelf.
Tip 6 – Maak de collectie zichtbaar
‘Als je echt verschil wilt maken met een collectie, dan moeten mensen het kunnen vinden en gebruiken,’ zegt Anneke. Daarbij gaat het om verschillende aandachtspunten: fysieke plek, koppeling aan educatie en programmering én vergeet online zichtbaarheid niet.
1. Fysieke plek
Sommige bibliotheken kiezen voor een aparte kast, andere verwerken meertalige titels in de reguliere collectie. Jacqueline doet dat beide: ‘De anderstalige prentenboeken staan bij elkaar. En bij de thematafels – over bijvoorbeeld de lente of de herfst – leg ik ook altijd anderstalige boeken. Ik voeg ze toe aan BoekStart en aan themacollecties voor scholen.’
2. Koppeling educatie en programmering
‘Probeer zoveel mogelijk contact te maken met collega’s die zich inzetten voor BoekStart, de VoorleesExpress, de Bibliotheek op school en het Taalpunt,’ zegt Anneke. ‘En ook collega’s die zich bezighouden met programmering in de bibliotheek, zoals het voorleesuurtje. Vraag simpelweg wanneer en hoe een meertalige collectie kan aansluiten in deze programma’s en activiteiten.’ Jacqueline noemt ook het Kinderboekenfestival als een mooie plek voor de meertalige collectie. ‘Leg de boeken er in eerste instantie gewoon eens neer. Later kun je er ook uit gaan voorlezen. Het is een kwestie van proberen.’
3. Online
In West-Achterhoek is op de website een ingang gemaakt naar Lezen in jouw taal, met informatie over talen, BoekStart en lid worden. Bezoekers kunnen in de catalogus filteren op taal en leeftijd. Maar, geeft Jacqueline eerlijk toe: ‘ze moeten wel eerst door een bak aan Nederlandse informatie spitten voordat ze op die pagina uitkomen. Dus ook wij zijn nog zoekend in hoe je dat goed doet.’
Tip 7 – Begin waar jij blij van wordt
Dat is misschien wel de mooiste les uit Jacqueline’s ervaring. ‘Een meertalige jeugdcollectie hoeft niet meteen gelikt, kant-en-klaar en heel groots en meeslepend,’ zegt ze. Maar wat dan wel? ‘Begin klein en met iets wat voor jou behapbaar is. Wat dicht bij je hart ligt, waar jij blij van wordt.’
Dat sluit goed aan bij wat Anneke benadrukt: er is geen standaardmodel dat voor iedere bibliotheek hetzelfde werkt. Het blijft maatwerk. En juist daarom is het belangrijk om te ontdekken wat past bij jouw bibliotheek, voor jouw gemeenschap en met jouw team.
Samen leren en ontwikkelen
Zes bibliotheken vormen samen met Rijnbrink een lerend netwerk rond de taalvriendelijke bibliotheek in de zogenaamde koplopersgroep. Ook daar draait het niet om één vaste aanpak, maar om samen verkennen, uitproberen, leren en ontwikkelen. Vanuit Rijnbrink zijn Karien van Buuren, Janneke Bloemheuvel, Suzanne Goorhuis en Anneke Kokkeler betrokken. Zij delen de opgedane kennis en ervaringen met bibliotheken in het netwerk.
Ook Jacqueline is onderdeel van de groep. ‘Samen komen we verder, daar ben ik van overtuigd. We leren van elkaar en we wisselen uit. Elke bijeenkomst is in een andere bibliotheek, dus we krijgen een kijkje in elkaars keuken en dat is heel erg leuk.’ Het lerend netwerk heeft vanaf volgend jaar weer ruimte om uit te breiden met nieuwe bibliotheken.
We doen het samen
Jacqueline sluit af met een belangrijke oproep: ‘Als we een taalvriendelijke bibliotheek willen zijn, dan gaat het niet alleen om collectie, maar juist ook om de mensen op de werkvloer en de vrijwilligers. Want zij zijn de eersten die bezoekers zien. Sta open voor andere talen en culturen en betrek je collega’s.’
Dat is misschien wel de rode draad van dit hele verhaal. Een meertalige jeugdcollectie bouw je niet op met een handboek, maar in de praktijk. In jouw bibliotheek, voor jouw gemeenschap en met jouw team.






