Nationale Voorleeswedstrijd: zo maken bibliotheken van voorlezen een sterk moment voor leesplezier

Het voorjaar gaat op veel basisscholen niet alleen over lentekriebels, maar ook over de Nationale Voorleeswedstrijd (NVW). Een spannende leesstrijd voor leerlingen uit groep 7 en 8, waarin boeken, voorlezen en leesplezier samenkomen. Maar achter die wedstrijd schuilt meer dan een finale en een winnaar. Voor bibliotheken is het een kans om lezen zichtbaar te maken, scholen te ondersteunen en kinderen te laten ervaren hoe leuk voorlezen kan zijn. In dit artikel lees je waarom de Nationale Voorleeswedstrijd zo goed werkt voor leesbevordering, hoe bibliotheken daarin lokaal het verschil maken en hoe je de wedstrijd optimaal inzet met jouw bibliotheek.  

Meer dan een wedstrijd 

De Nationale Voorleeswedstrijd is een landelijke campagne van Stichting Lezen in samenwerking met bibliotheken. Leerlingen uit groep 7 en 8 beginnen op hun eigen school met een voorleeswedstrijd. Daarna kunnen ze via lokale, regionale en provinciale rondes doorgroeien naar de landelijke finale. In mei 2026 strijden twaalf provinciale kampioenen om de titel Nationale Voorleeskampioen. 

Toch zit de kracht van de wedstrijd niet alleen in die route naar de finale. Die zit juist in alles wat eraan voorafgaat: kinderen die op zoek gaan naar een boek dat bij hen past. Oefenen, voordragen, zenuwen overwinnen en applaus krijgen. Klasgenoten die luisteren en meeleven. Leerkrachten die zien dat een kind opeens durft. Een moment waarop lezen even niet iets is dat moet, maar iets is waar je samen plezier aan beleeft.  

Bibliotheken maken het verschil  

‘Voor veel scholen is het vanzelfsprekend om jaarlijks mee te doen’, zegt Suzanne Goorhuis, adviseur Geletterde Samenleving bij Rijnbrink en coördinator van de Nationale Voorleeswedstrijd. Dat is mooi, want: ‘Hierdoor staan voorlezen en leesplezier elk jaar in de belangstelling in de bovenbouw.’  

Rond de deelname van scholen spelen bibliotheken een belangrijke rol. Ze brengen scholen op de hoogte, denken mee, beantwoorden vragen, helpen bij boekkeuze en organiseren de lokale ronde. Maar, hun rol gaat verder dan alleen deze praktische kant. Bibliotheken kunnen de wedstrijd ook gebruiken als vliegwiel voor leesbevordering. Zo helpen ze scholen om er meer van te maken dan alleen een spannend voorleesmoment.  

Suzanne zegt daarover: ‘De wedstrijd zelf is daarbij de kers op de taart en geen doel op zich, maar een middel dat bijdraagt aan het vergroten van leesplezier van al je leerlingen.’ 

Hoe bibliotheken dat aanpakken, verschilt per plaats. Maar interessante voorbeelden uit Wijchen, Arnhem en Almelo laten zien dat je als bibliotheek veel meer kunt doen dan alleen de praktische organisatie. 

De wedstrijd zichtbaar maken in je stad of regio 

Bij Rozet in Arnhem zetten ze de wedstrijd bewust stevig neer. ‘We zien dat taal en lezen de laatste jaren achteruitgaan’, zegt Noura Rezgui, projectleider van de Arnhemse en de Nationale Voorleeswedstrijd. ‘Juist door het aandacht te geven, zien we dat het niveau omhoog gaat. We maken er een groot feest van en veel leerlingen, leerkrachten en ouders genieten ervan en gaan ervoor.’ 

Rozet betrekt media, houdt intensief contact met scholen en bedacht een mascotte. ‘En,’ zegt Noura ‘we kiezen altijd drie winnaars in plaats van één, zodat nog meer kinderen en scholen blij zijn.’ Meer zichtbaarheid en meer betrokkenheid zorgen ervoor dat meer scholen aanhaken en meer kinderen meedoen.  

Een sterke aanloop 

In Bibliotheek Almelo zetten ze in op een sterke voorbereiding. Ron Hesselink en Manon Koster zijn Leesconsulenten Primair en Secundair Onderwijs (PO/SO) en coördinatoren van de Nationale Voorleeswedstrijd. Zij helpen scholen met workshops literaire smaakontwikkeling en een workshop Op weg naar de NVW. Voor de stadsfinale organiseren ze bovendien een warming-up. ‘Kinderen mogen alvast in de zaal kijken, op de stoel zitten en even door de microfoon praten. Wij merken dat het helpt tegen de zenuwen.’ 

Het klinkt misschien eenvoudig, maar deze aanpak maakt een groot verschil. Kinderen stappen minder gespannen de finale in. Ze weten wat ze kunnen verwachten en daardoor komt de aandacht meer te liggen op het verhaal dat ze voorlezen. Ook dat is leesbevordering: zorgen dat een kind met vertrouwen gaat staan en ontdekken dat voorlezen iets is dat je kunt leren en durven.  

Betrek ook scholen die niet vanzelf meedoen 

Zoals Suzanne al zei, weten veel scholen de weg naar de wedstrijd te vinden. In Almelo kijken ze juist ook naar scholen die nog niet zijn aangehaakt. ‘We hebben een NT2-school (Nederlands als tweede taal) gevraagd om mee te doen dit jaar’, vertelt Ron. ‘Het was nu nog voor spek en bonen, maar het is zo goed bevallen dat ze volgend jaar in de echte wedstrijd gaan meedoen.’ 

Ook een school in het Speciaal Onderwijs (SO) is via Bibliotheek Almelo aangehaakt. ‘Ze hielden eerst hun eigen wedstrijd, omdat ze niet wisten dat SO-scholen mochten meedoen. Volgend schooljaar gaan zij ook meedoen.’ 

Het is een inspirerende les voor andere bibliotheken. Wacht niet alleen af wie zich meldt. Kijk ook actief rond. Welke scholen doen nog niet mee? Welke scholen denken misschien dat de wedstrijd niet voor hen bedoeld is? Waar zit nog onbekendheid? Juist daar kun je als bibliotheek het verschil maken. Door zelf contact te leggen, maak je de wedstrijd inclusiever en bereik je kinderen die anders misschien buiten beeld blijven.  

Nationale Voorleeswedstrijd en dBos 

De Nationale Voorleeswedstrijd werkt vaak het sterkst als die niet op zichzelf staat. Bibliotheken die al nauw samenwerken met scholen via leesconsulenten of de Bibliotheek op school (dBos) kunnen de wedstrijd verbinden aan bredere leesbevordering.  

Zoals in Almelo: ‘De leesconsulent is het eerste aanspreekpunt voor scholen, daarna pakken wij het verder op’, zegt Ron. ‘Het zit helemaal geïntegreerd in de dBos-aanpak en we stimuleren ook dat ze een boek uit de schoolbieb pakken.’  

Suzanne ziet een duidelijke kans voor de toekomst. ‘Het is een mooi streven om de wedstrijd op dBos-scholen een vast onderdeel te maken van de samenwerking met de bibliotheek. Met aandacht voor (voor)leesplezier voor álle leerlingen in alle groepen gedurende het hele schooljaar.’ 

In Arnhem is die koppeling al bewust gelegd. Daar is deelname aan de Nationale Voorleeswedstrijd verbonden aan dBos. ‘In Arnhem is bedacht dat als je een dBos-school wilt, dat je dan verplicht bent om aan de Nationale Voorleeswedstrijd mee te doen. Dit lijkt te werken’, zegt Noura met een knipoog. 

Op deze manier wordt de wedstrijd geen los project, maar een logisch onderdeel van wat er op school toch al gebeurt rondom lezen en boeken. Dat maakt het makkelijker om scholen mee te nemen en zorgt ervoor dat de impact breder wordt dan alleen de wedstrijd.  

Maak er een feestje van  

Naast zichtbaarheid en voorbereiding speelt ook beleving een grote rol. Bij Bibliotheek Wijchen kiezen ze daar heel bewust voor. ‘Wij stimuleren basisscholen om mee te doen. We verzorgen de Wijchense finale, presenteren deze en proberen er een feestje van te maken!’, zegt Marieke Kokshoorn, coördinator Jeugd & Onderwijs en leesmediaconsulent. 

Die aanpak zit niet alleen in de presentatie, maar ook in alles eromheen: een officiële jury, een pauzespel, een volle tribune, een fotograaf en een feestelijk slot. Marieke zegt daarover: ‘Ik zie dat andere bibliotheken het soms best serieus en kleinschalig aanpakken. Maar ik vind het een kans om er iets feestelijks van te maken. De kinderen moeten positief en blij naar huis gaan na zo’n finale.’ Dat is een belangrijk detail. Een kind dat positief terugkijkt op zo’n ervaring, koppelt lezen aan iets waar aandacht, trots en plezier in zit.  

Wat de Nationale Voorleeswedstrijd kinderen oplevert 

De opbrengst van de Nationale Voorleeswedstrijd zit niet alleen in deelnamecijfers of volle zalen. Die zie je vooral terug in kinderen zelf. In Almelo merken ze hoeveel trots de wedstrijd oproept. ‘Kinderen vinden het heel erg leuk! Vooral als er klasgenoten en vriendjes met spandoeken komen, meesters en juffen of zelfs schooldirecteuren. Ze beleven er écht plezier aan, ze zijn megatrots op zichzelf dat ze er staan!’ 

In Wijchen zien ze dat ook. ‘We zien enthousiasme en een beetje spanning. Elk jaar zit de tribune helemaal vol en zijn er groepen kinderen met spandoeken. Dat is een mooie support voor de voorlezers’, zegt Marieke. In Arnhem ziet Noura dat er nieuwe ontmoetingen ontstaan. ‘Fijn om te zien dat kinderen die in dezelfde stad wonen elkaar ontmoeten, horen en zien’ 

Ook Suzanne herkent dat effect: ‘De lokale, regionale en provinciale finales zijn elk jaar weer een groot feest, waarin we duidelijk zien hoe groot het leesplezier is onder de deelnemers en hoe aanstekelijk dat werkt bij het publiek.’ 

Een kans voor leesplezier 

De Nationale Voorleeswedstrijd is op papier een wedstrijd. In de praktijk is het vooral een kans. Om lezen zichtbaar te maken. Om kinderen een podium te geven. Om scholen en bibliotheken samen iets in beweging te laten zetten dat verder reikt dan één middag.  

Voor bibliotheken zit daar precies de waarde. Niet alleen in het regelen van een goede ronde, maar in wat je eromheen mogelijk maakt. Wie slim koppelt, actief scholen betrekt en creatief durft te zijn, maakt van de Nationale Voorleeswedstrijd niet alleen een mooi evenement, maar ook een sterk moment voor leesplezier.