Geplaatst door op met onderwerp

Op 5 november kwamen bijna 200 medewerkers van bibliotheken, gemeenten en landelijke organisaties in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag bij elkaar om te praten over de rol die bibliotheken kunnen spelen bij het aanleren van basisvaardigheden: taal-, digi- en rekenvaardigheden.

Het centrale woord tijdens deze dag was contact: contact met de doelgroep, en contact tussen alle instanties in de gemeente die te maken krijgen met mensen die niet of minder goed mee kunnen komen in de maatschappij. Ook met hen willen we de samenwerking aan, maar hoe bereiken we ze? Hoe zorgen we voor diensten waar ze écht iets aan hebben?

Vollezaal 

De dag werd afgetrapt door Lily Knibbeler en Jos Debeij met een filmpje van de Bibliotheek Eindhoven. In haar openingswoord noemde KB-directeur Lily Knibbeler het getal van 1,3 miljoen mensen die niet genoeg vaardigheden hebben om mee te kunnen. Dat getal is volgens Knibbeler inmiddels wel bekend, maar het moet ons blijven verontrusten. En motiveren om iets aan deze situatie te doen. ‘Dit is geen vrijblijvende studiedag,’ benadrukte ze. ‘Dit is menens.’ Jos Debeij hield een vlammend betoog over de betekenis van bibliotheken voor deze zelfde doelgroepen.

Bevlogen dagvoorzitter Petra Stienen gingSpeechjos vervolgens in gesprek met Rianca Evers en Dineke ten Hoorn Boer. Deze twee spreeksters leken de twee uiterste perspectieven op het werkgebied te vertegenwoordigen. Rianca Evers wist het perspectief van de doelgroep inleefbaar en concreet te maken: De motivatie om zich verder te ontwikkelen komt volgens haar voort uit een combinatie van een pijnpunt (iets niet kunnen), het verlangen (het perspectief om het wel te kunnen) en de competentie (toegeven om het niet te kunnen). Dineke ten Hoorn Boer ging in op de Wet Taaleis in een presentatie die de wettelijke en beleidskant van het werkgebied liet zien. In beide presentaties kwam duidelijk naar voren hoe belangrijk de verbinding tussen partners voor het succes van initiatieven is. Ook de deelnemers in de zaal lieten in hun vragen zien dat de doelgroep er baat bij zou hebben om deze twee perspectieven dichter bij elkaar te brengen in een dienstverlening die direct aansluit op de leervraag. De verbreding van de bibliotheek naar alle functies volgens de Wsob biedt juist kansen hiervoor. Centraal staat dus te allen tijden het contact: tussen partners, tussen doelgroep en intermediairs, tussen beleidsmakers en uitvoerders.

OTaaleisok de twee panels die daarop volgden illustreerden de veelzijdigheid en ook complexiteit van het veld. Vertegenwoordigers van UWV (Bruno Bruins, directievoorzitter), Stichting Lezen & Schrijven (Merel Heimens-Visser, directeur), Steunpunt taal en rekenen volwasseneneducatie (Frederike Bos, adviseur), gemeente (Ingrid Wolsing, wethouder) en uit de bibliotheeksector (Erna Winters en Ton van Vlimmeren, bibliotheekdirecteuren, alsmede Tineke van Ham, voorzitter SPN) lieten zien hoe verschillend de perspectieven zijn – en hoe groot de noodzaak om goed af te stemmen en samen te werken. Dit is cruciaal in het bereiken van bepaalde doelgroepen (Nederlanders die hier geboren zijn met onvoldoende taalvaardigheid). Ambassadeurs kunnen daarbij een centrale rol spelen. Onderzoek ondersteunt dit ook, wist Marieke Buisman uit haar onderzoek te vertellen. Mond-tot-mond reclame blijkt juist voor deze doelgroep effectief. Een onderzoek van Maurice de Greef toont tevens aan dat volwasseneneducatie een rol kan spelen bij sociale inclusie.

Het was fijn om alom de ambitie te bespeuren om bestaande initiatieven op elkaar af te stemmen. Stichting Lezen & Schrijven riep de bibliotheken op om gezamenlijk in heel Nederland Taalhuizen te realiseren.

Na de lunch volgende een zestal workshops over verschillende thema’s: de doorontwikkeling van hetPartners Taalhuis, de randvoorwaarden en bouwstenen voor het Taalhuis, de pijler van de digitale lijn van de landelijke programmalijn de Bibliotheek en basisvaardigheden, de doorontwikkeling naar aanpalende domeinen (bijvoorbeeld gezondheid of werk & inkomen), de organisatie binnen de arbeidsmarktregio binnen Tel mee met Taal en het ontwikkelen van nieuwe werkvormen in de bibliotheek en de implicaties daarvan. Lees de verslagen van de workshops hieronder.

Deelsessie 1: Een Taalhuis, hoe nu verder?

In deelsessie 1 hebben de deelnemers samen nagedacht en informatie uitgewisseld over het Taalhuis van 2018. Wat eruit kwam? Bekijk de samenvatting in de onderstaande visual.

KB Taalhuis 2018 v1

Deelsessie 2: Uitvoering Tel mee met Taal in de arbeidsmarktregio

De tweede parallelsessie had betrekking op de uitvoering van het overheidsbeleid: “Tel mee met taal” in de 35 arbeidsmarktregio’s. Tijdens deze sessie kwamen een aantal mensen vanuit verschillende organisaties aan het woord.

Gerard huis in t Veld, directeur Graafschap Bibliotheken, vertelde over zijn ervaringen in de vorming van structurele samenwerking. De Bibliotheek moet ook regionaal gaan denken, bijvoorbeeld met een uniforme dienstverlening. Hij pleit voor allereerst gewoon doen maar ook de samenwerking opzoeken en structureel maken door een gezamenlijke visie te ontwikkelen. Hij benadrukte het belang van een sterk lokaal netwerk en het presenteren van een bevlogen verhaal aan de gemeente. Op deze manier presenteert de bibliotheek zich als een onmisbare en belangrijke partner als het gaat om het verwezenlijken van een taalhuis. Hierdoor zal de gemeente sneller met een bibliotheek om de tafel gaan zitten.

Marja Henssen, Schunk Zuid Limburg liet een andere insteek zien, namelijk: het verwezenlijken van een taalhuis vanuit het Bondgenootschap Geletterdheid Parkstad. Ze liet vooral in haar presentatie het belang van samenwerking met de toeleiders naar voren komen. Er worden met regelmaat bijeenkomsten georganiseerd om deze toeleiders goed op de hoogte te houden over de ontwikkelingen van de Bibliotheek en de taalhuizen. Een probleem is dat er geen formele taak is voor de Bibliotheek. Het blijft een informele opdracht waardoor het soms lastig is om het voor elkaar te krijgen

Stefan Leliveld, Stichting Lezen en Schrijven sprak over de toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot de ondersteuning van bibliotheken in het realiseren van taalhuizen. Hij liet zien wat de stichting kan doen om te helpen in 4 fases:

  • bereidheid: gemeenten moeten aantonen dat ze bereid zijn hun medewerking te verlenen
  • vinden: partners, laaggeletterden
  • opleiden: educatie
  • volgen: voortgang, cursussen

Manon Frets van het UWV gaf een duidelijke lijst met succesfactoren voor samenwerking:

  • Medewerkers van het UWV vinden het moeilijk om laaggeletterden te herkennen. We hebben tools nodig om dat te doen
  • Geen wachtlijsten want anders stoppen de verwijzers
  • Geen kosten
  • Dichtbij huis, op tijden die burger zelf uitkiest
  • Medewerkers enthousiast maken over wat het oplevert: resultaten laten zien

Over het algemeen willen de UWV medewerkers graag iets aanbieden aan hun cliënten.

Frederike Bos van het Steunpunt Taal en Rekenen gaf veel nuttige tips en trucs die men nodig kan hebben om beleidsmatige en andere problemen aan te pakken. Zij kon heel duidelijk aangeven hoe het wettelijk zit, zodat men tools in handen heeft om het beleid te verdedigen en vorm te geven. De termen formeel en informeel leren zijn wettelijk iets anders dan in bibliotheekjargon nu wordt bedoeld. In samenwerking met andere partijen moet dit verschil wel duidelijk zijn om verwarring te voorkomen.

Wettelijk: formeel : met behalen van diploma
Niet wettelijk: alles waarbij professionele docenten de begeleiding geven

Deelsessie 3: Meer bezig zijn met connectie dan met collectie

Deze sessie ging om de organisatie en de mensen passend te maken voor de veranderingen in de maatschappij.

Annemiek Driessens van de Bibliotheek Weert vertelde over de pilot BibliotheekWerk: Nieuw Leren. De Bibliotheek is al bezig met over de grenzen heen kijken en samenwerken met meerdere partijen. Vanuit een uitdagende organisatieverandering is er een manier van werken gevonden die inspeelt op een veranderende organisatie.

Rommie Eisma van Rijnbrink gaf een toelichting op de mogelijkheden voor een nieuwe organisatie. Holocracy: een cirkelstructuur waarbij niemand meer de baas is, maar men diverse rollen kan vervullen en de verantwoordelijkheid wordt gedragen in een team. Rollenstructuur: hier wordt gekeken naar waar iemands kracht en interesses liggen. Welke rollen heeft een organisatie nodig om flexibel in te spelen op veranderingen?

In Weert is gekozen voor de rollenstructuur in plaats van het uitgaan van de functie, zodat ze uit kunnen gaan van de talenten van de medewerkers.

Deelsessie 4: Highlights uit de 10 criteria voor een Taalhuis. Aan welke criteria voldoet jouw Taalhuis?

De criteria die geformuleerd zijn door Taal voor het Leven en de KB werden toegelicht door Willem Berghoef van de Stichting Lezen & Schrijven. Stap voor stap werden de bouwstenen doorgenomen en kort toegelicht. Alle bouwstenen:

  • Wat is een Taalhuis of een Taalpunt.
  • Welke mogelijkheden zijn er voor een Taalhuis in een mobiele vestiging.
  • Met wie werk je samen (het belang van het lokale netwerk)
  • Borging
  • Het aanbod
  • Bezoekers Taalhuis
  • Werving
  • Het werken met vrijwilligers
  • Het belang van de inzet van een onderwijskundig specialist ( van het ROC of een vrijwilliger met een onderwijskundige achtergrond of een zzp- er).
  • Kwaliteitsbewaking en Monitoring

Er is uitvoerig ingegaan op de samenwerking met partijen en het belang van het hebben van een basiscollectie met les- en toetsmaterialen (fysiek en digitaal) om mee te oefenen.

Cora Fokke (Bibliotheek Mar en Fean) en Emmy Rijsdijk (Boekenberg Spijkenisse) gingen in op de praktijk. Het samenwerken met organisaties als Humanitas, ROC, Vluchtelingenwerk en welzijnsinstellingen. Zoeken, aftasten en kijken wat er speelt en hoe je kunt aansluiten; dat is hoe de samenwerking tot stand kan komen. Niet vooraf een plan bedenken en alle bouwstenen in 1 keer willen realiseren, maar vooral samen met kernpartners het Taalhuis starten en langzaam verder uitbouwen. Er is ook uitvoerig gesproken over de relatie met een ROC, die vaak een wachtlijst heeft voor de formele scholing (je kunt daar op inhaken). Verder is gesproken over openingstijden (in de ene bibliotheek is het Taalhuis altijd open, in de andere 3 dagdelen per week). Belangrijk advies voor de deelnemers was: ’Ga gewoon beginnen. Doe dat met wat er al is en bouw het langzaam uit tot de gewenste situatie.’

Tijdens de sessie is veel informatie uitgewisseld, zijn veel ervaringen gedeeld en werd tevens een duidelijk beeld geschetst van wat de Stichting Lezen & Schrijven kan bieden.

Deelsessie 5: Pijler digitale lijn en de bouwstenen monitor en collectie, hoe geef je die vorm?

De inleiding werd verzorgd door Lisenka Akse van Biblioservice Flevoland.

Maaike Toonen van de KB ging uitvoerig in op de website www.basisvaardigheden.bibliotheek.nl en de toolkit Bibliotheek en Basisvaardigheden. De website-onderdelen werden bekeken. Begin volgend jaar vindt de oplevering plaats van de nieuwe landelijke programmalijn de Bibliotheek en basisvaardigheden. De programmalijn is opgebouwd in een raamwerk waarin diverse digitale pijlers bij elkaar zijn geplaatst. Componenten uit de digitale lijn zijn: Basisdocumentatie; uitbreiding toolkit; digimeter; digitaal hulpplein; best practices; doelgroepensegmentatie en opleidingen. In de toelichting gaf Maaike aan dat de vernieuwde Digimeter vanaf januari 2016 beschikbaar komt. Deze onderdelen worden gekoppeld aan de bestaande opleidingstrajecten, scholing wordt georganiseerd voor bibliotheekmedewerkers en een van de belangrijke onderdelen is de Monitoring.

Met het aanbod van de programmalijn Bibliotheek en Basisvaardigheden heeft de KB een digitaal huis ingericht van waaruit bibliotheken digibeten ondersteunen/monitoren in het ontwikkelen van (digitale) basisvaardigheden.

De programmalijn Digitale Vaardigheden wordt ingedeeld volgens niveaubepaling. Voor de landelijke uitrol zijn er licenties ingekocht van programma’s als: Klik & Tik, Digisterker, Slimme nieuwslezer en Oefenen.nl. Daarnaast wordt er volop ingezet om aansluiting te vinden bij landelijke ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de Digitale Overheid

Daarna ging Tineke Datema van Rijnbrink uitvoerig in op de bouwsteen collectie rondom basisvaardigheden. Aandachtspunt daarbij is dat er voor het allerlaagste niveau nog weinig basismateriaal beschikbaar is. En dat hiervoor samenwerking met taalaanbieders belangrijk is. Een overzicht van een geschikte basiscollectie wordt samengesteld. Landelijk zijn er verschillende indelingen die gebruikt worden in de bibliotheken.

De collectie, waaronder ook taalcursussen, staan ingedeeld op nummervolgorde.

  • Nummer 1 beginners, nummer 2 gevorderden.
  • Een andere indeling is de collectie te plaatsen volgens inburgeren.nl.
  • Geconcludeerd wordt dat er gestreefd moet worden naar een landelijke eenduidige manier van ontsluiten.
  • Maar wees hierbij wel alert op stigmatisering.
  • Er is nog geen normering voor deze collecties, veelal is het gebruik maken van bestaand bibliotheekmateriaal.

Geadviseerd wordt om in de Bibliotheek een aparte Taalstraat te maken, maar ook collectie neer te zetten bij samenwerkingspartners. Mooie voorbeelden van presentatie van de collectie zijn er in Eemland, Nijmegen, Zuid- Kennemerland en Arnhem.

Deelsessie 6: Basisvaardigheden en de koppeling met aanpalende domeinen

In de zesde parallelsessie ging het over de thema’s werk & inkomen en gezondheid. Het eerste thema werd uitgelicht door Monic Gierveld van de Bibliotheek Hengelo. In de brochure ‘Meedoen in de samenleving’ verplaatsen we ons in de burger, het sociale domein. Het is belangrijk dat de burger zichzelf kan redden.

Bibliotheek Hengelo is in 2012 gaan nadenken over hun bestaansrecht en hun visie sloot aan bij ‘Meedoen in de samenleving’, vergroten van kansen in de maatschappij voor iedereen. Daar bij speelt werk en geld een belangrijke rol. De Bibliotheek van Hengelo levert een positieve bijdrage aan dit domein door de maandelijks Walk & Talk, dé koffiepauze voor werkzoekenden. Dit is een succesvol concept van de Levende Sollicitatiegids en wordt in meerdere bibliotheken aangeboden. Tijdens deze bijeenkomsten worden er verschillende onderwerpen behandeld met betrekking tot het vinden van werk. Ook is het dé ideale mogelijkheid om in contact te komen met lotgenoten en tips, ervaringen en verhalen met elkaar uit te wisselen in een neutrale, gastvrije omgeving. Op deze manier wordt de negatieve spiraal doorbroken en krijgen werkzoekenden ruimte om positieve ervaringen op te doen. Een tweede poot is de brievenhulp samen met Startpunt Geldzaken voor mensen die nog net niet in de schuldhulpverlening zitten.

Gemma Wiegant van Bibliotheek de Tweede Verdieping in Nieuwegein sprak over het thema gezondheid. Door de vergrijzing en verarming in Nieuwegein nam de gezondheidsproblematiek toe en dit vroeg om een andere maatschappelijke rol van de bibliotheek. In 2011 werd er een alliantie gesloten met Stichting Welzijn , daarbij kwamen later allianties met 1e lijns gezondheidszorg (huisartsen, GGD). Het uitlenen van boeken werd een nevenfunctie en het voorzien van (lokale) gezondheidsgerelateerde informatie aan inwoners de primaire functie. Deze informatie is gebundeld op een website (Gezond.nu) en is gericht op positieve gezondheid, gezondheidsbevordering en preventief gedrag. Een redactie zorgt voor de niet-commerciële inhoud. Op de site staat informatie over de BRAVO-thema’s (Bewegen, Roken, Alcohol, Voeding en Ontspanning) en veel van deze informatie is beeldend van aard, zoals foto’s, filmpjes en infographics. Daarnaast kunnen inwoners er terecht voor adressen van huisartsen, fysiotherapie, gezondheidscentra, diëtisten en voedingsadviseurs. Al deze informatie wordt via het stadsinformatiesysteem, LocalConnect, op ’HighTraffic’ plaatsen getoond, zodat de doelgroep wordt bereikt.

De dag bood vele mogelijkheid tot onderling contact. Ook in 2016 zijn er volop mogelijkheden om samenwerkingsverbanden aan te gaan of te versterken.

Er werd heel wat afgetweet tijdens de Landelijke dag Basisvaardigheden! Slotakkoord

elco infographic